Uit de praktijk van een taaltrainer Duits

Een onderdeel van mijn taaltrainingen is het voeren van een telefoongesprek. Hierbij leer ik de cursist eenvoudige zinnen aan, zodat hij hier niet over na hoeft te denken en zich op de verdere inhoud van het gesprek kan concentreren. Het gaat dus om de standaardonderdelen van een telefoongesprek, zoals de begroeting als je iemand belt. “Guten Tag”, bedrijfsnaam en achternaam. Als je gebeld wordt dito, aangevuld met de zin “Was kann ich für Sie tun“ of “kann ich Ihnen helfen?“
Een van mijn cursisten, marketing manager van een groot bedrijf, bleef standaard zeggen: “Was könnte ich mal für Sie tun”. Ik herhaalde dat het beter is om “Was kann ich für Sie tun” te zeggen. Hij wilde graag weten wat het verschil uitmaakte.

Ik kon er niet meer omheen. “Was könnte ich mal für Sie tun” klinkt feitelijk ondeugend en doet me aan van Kooten en de Bie denken. Deze directeur en ik zijn van dezelfde generatie. Hij begreep direct wat ik bedoelde: “Maison Pretty Boy voor al uw dameswensen.” Exact, dat is precies hoe het klinkt, en dat kan toch niet de bedoeling zijn. De taaltraining werd enige tijd onderbroken door lachsalvo’s. Tja, dat noem je Fingerspitzengefühl.